BEVOEGDHEID RECHTBANK
BEVOEGDHEID RECHTBANK
Wanneer een geding ingeleid wordt voor een rechtbank dient de gerechtsdeurwaarder bij de bepaling van de bevoegde rechtbank rekening te houden met :
1) de volstrekte bevoegdheid (art. 9 Ger.Wb.)
2) de territoriale bevoegdheid (art. 10 Ger.Wb.)
De volstrekte bevoegdheid
Het gerechtelijk wetboek voorziet in een bevoegdheidsverdeling tussen de diverse rechtbanken (zie tabblad de Wetkamer artt. 568 - 615 Ger.Wb.). Welke rechtbank bevoegd is wordt bepaald door een samenspel van een viertal criteria, zijnde het onderwerp, de waarde en in voorkomend geval het spoedeisend karakter van de vordering of de hoedanigheid van de partijen.
Deze bevoegdheid is van openbare orde want inhoudt dat zelfs bij akkoord tussen partijen hiervan niet kan worden afgeweken.
Zo zullen bepaalde vorderingen voor een bepaalde rechtbank worden gebracht, ongeacht de waarde (hoegrootheid) van de vordering.
bv. het Vredegerecht is exclusief bevoegd voor huurgeschillen.
de Rechtbank van Eerste Aanleg is exclusief bevoegd voor echtscheiding.
de Arbeidsrechtbank is exclusief bevoegd voor vorderingen betreffende de
collectieve schuldenregeling.
Indien er geen exclusieve bevoegdheid van een rechtbank is voorzien kan het bedrag van de vordering de volstrekte bevoegdheid bepalen. Zo is het Vredegerecht bevoegd voor (burgerlijke) vorderingen waarvan het bedrag 1.860 euro niet te boven gaat (en welke dus niet exclusief aan een bepaalde rechtbank zijn toegewezen). Burgerlijke vorderingen boven de 1.860 euro zullen voor de Rechtbank van Eerste Aanleg of Rechtbank van Koophandel behandeld worden, tenzij het onderwerp van de vordering valt onder de specifieke bevoegdheid van een andere rechtbank.
Wanneer het bedrag van de vordering de volstrekte bevoegdheid bepaalt, dient onder het bedrag van de vordering het bedrag te worden verstaan welke in de inleidende akte wordt gevraagd, met inbegrip van de reeds vervallen intresten en schadevergoedingen, doch met uitsluiting van de gerechtelijke intresten, de gerechtskosten en eventuele dwangsommen. (zie art. 557 - 562 Ger.Wb.)
Tevens kan de hoedanigheid van de partijen of het spoedeisend karakter van de vordering bepalend zijn voor de aanduiding van de bevoegde rechtbank.
Zo zullen geschillen tussen kooplieden, die handelingen betreffen die de wet als daden van koophandel aanmerkt én die boven het bedrag van 1.860 euro gaan, voor de Rechtbank van Koophandel worden gebracht ipv. van voor de Rechtbank van Eerste Aanleg.
Spoedeisende zaken zullen voor de Voorzitters van de rechtbanken kunnen worden gebracht ipv. van voor de Rechtbanken zelf.
Voor een gedetailleerde benadering per rechtbank :
- Voorzitter Rechtbank van Eerste Aanleg
- Beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg
- Voorzitter Rechtbank van Koophandel
De territoriale bevoegdheid
Eenmaal bepaald is welke soort rechtbank bevoegd is, dient nog te worden nagegaan
welke rechtbank territoriaal bevoegd is.
Deze bevoegdheid wordt bepaald in de artt. 622 - 638 Ger.Wb.
Zo zullen bv. vorderingen betreffende de uitkeringen tot onderhoud kunnen gebracht worden voor de rechter van de woonplaats van de eiser (de vorderingen strekkende tot de verlaging of de opheffing van deze uitkeringen uitgezonderd - art. 626 Ger.Wb.).
De ratio legis van art. 626 Ger.Wb. is de bescherming van de onderhoudsgerechtigde.
Derhalve zal de onderhoudsplichtige wanneer hij optreedt als eiser - door een verlaging of opheffing van de uitkering te vorderen - zijn vordering niet voor het Vredegerecht van zijn woonplaats kunnen inleiden, maar dient deze vordering voor het Vredegerecht van de onderhoudsgerechtigde te worden gebracht (GWH, 27 januari 2011, T.G.R. 2011, 105)
Vorderingen tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed dienen voor de rechter van de plaats van de laatste echtelijke verblijfplaats of van de woonplaats van de verweerder te worden gebracht (art. 628,1° Ger.Wb.).
Wat betreft het uitspreken van het faillissement is de rechtbank van koophandel gelegen in het rechtsgebied waarin de koopman op de dag van aangifte van het faillissement of van instelling van de rechtsvordering zijn hoofdvestiging of, indien het een rechtspersoon
betreft, zijn zetel heeft, bevoegd (art. 631 § 1 Ger.Wb.)
De vorderingen inzake bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging worden uitsluitend gebracht voor de rechter van de plaats van het beslag, tenzij de wet anders bepaalt.
Inzake beslag onder derden is de rechter van de woonplaats van de beslagen schuldenaar bevoegd. Indien de woonplaats van de beslagen schuldenaar zich in het buitenland bevindt of onbekend is, is de rechter van de plaats van de tenuitvoerlegging van het beslag bevoegd. Art. 633.[1 § 1
In de gevallen waarin de wet niet uitdrukkelijk voorziet in bepaling van de territoriale bevoegdheid (na te gaan via artt. 626 - 637 Ger.Wb.) , kan hieromtrent tussen partijen een bevoegdheidsbeding worden afgesproken (bv. via de algemene voorwaarden van een factuur).
Als in de geding inleidende dagvaarding echter geen vermelding van deze bevoegdheidsclasule wordt gemaakt, moet de territoriale bevoegdheid bepaald worden conform art. 624 Ger.Wb. (Kph. Brussel, 24e K., 23 januari 2008, R.W. 08-09, 161; Kph. Brussel, 30e K., 29 januari 2008, R.W. 2010-2011, 1065) en kan het geding ingeleid worden, naar keuze van de eiser :
1° voor de rechter van de woonplaats van de verweerder of van één der verweerders;
2° voor de rechter van de plaats waar de verbintenissen, waarover het geschil loopt, of een ervan zijn ontstaan of waar zij worden, zijn of moeten worden uitgevoerd;
3° voor de rechter van de woonplaats gekozen voor de uitvoering van de akte;
4° voor de rechter van de plaats waar de gerechtsdeurwaarder heeft gesproken tot de verweerder in persoon, indien noch de verweerder noch, in voorkomend geval, een van de verweerders een woonplaats heeft in België of in het buitenland.
Zie ook : Arr.Rb. Gent, 23 november 2009, T.G.R. 2010, 173 : Een bevoegdheidsbeding, opgenomen in de algemene voorwaarden, waarbij wordt voorzien dat enkel de rechtbanken van Gent bevoegd zijn, biedt geen precisering voor de kantonnale territoriale bevoegdheid van de Vrederechter. Bij afwezigheid van een aanknopingspunt tussen de procespartijen en de aangezochte vrederechter, dient de zaak te worden verwezen naar deze bevoegd voor het rechtsgebied alwaar de zetel van de verwerende partij gevestigd is.
Uiteraard is art. 624 Ger.Wb. ook van toepassing wanneer de wet niet voorziet in een territoriale bevoegheid én er geen bevoegdheidsbeding tussen partijen is.
Eenmaal volgens de hiervoor vermelde regels de plaats gekend is welke de territoriale bevoegdheid bepaalt, dient er enkel nog te worden nagegaan onder welke rechtbank deze plaats valt. Een gemakkelijk instrument hiertoe vind je hier.
Vb. een dagvaarding tot echtscheiding wordt ingeleid voor de Rechtbank van Eerste Aanleg. De laatste echtelijke verblijfplaats was te 3550 Zolder. Conform art. 628,1° Ger.Wb. is deze plaats bepalend voor de territoriale bevoegdheid.
Om na te gaan onder welke rechtbank deze plaats valt, tik je de postcode in (3550), selecteer je de bevoegde rechtbank (Rechtbank Eerste Aanleg) en klik je op “opzoeking”
De rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt is terzake bevoegd.
www.gerechtsdeurwaarder.bbforum.be
Een vraag over de gerechtsdeurwaarder en zijn activiteiten ?
Bezoek nu het forum der gerechtsdeurwaarders.
Medewerkers gezocht
(oa. kandidaten of stagiairs-gerechtsdeurwaarder, bedienden van gerechtsdeurwaarderskantoren, juristen, ...) om op vrijwillige basis mee te werken aan het forum.